Vanaf juni 2026 is de vergoeding voor het terugleveren van zonnestroom aan het Franse net fors verlaagd. Wie zonnepanelen laat installeren, ontvangt sinds 5 juni 2026 nog slechts 1,1 cent per kilowattuur voor teruggeleverde stroom. Eerder lag dit tarief jarenlang rond de 12,7 cent en het werd begin 2025 al teruggebracht tot 4 cent. Voor nieuwe installaties loont verkopen van stroom aan het net vrijwel niet meer; de financiële focus verschuift hierdoor naar het direct zelf benutten van zonnestroom in huis.
Huiseigenaren die hun aanvraag vóór 5 juni 2026 indienden, behouden het oude tarief gedurende het 20-jarige contract. Nieuw is dat grotere installaties (boven 9 kWc) en huishoudens die via bepaalde fiscale regimes elektriciteit terugleveren vanaf september 2026 elektronische facturering moeten gebruiken. Voor bestaande installaties blijft de oude regeling gelden.
De verandering raakt vooral nieuwe projecten die groter worden aangelegd dan het eigen verbruik vraagt. De tijd dat ‘zo veel mogelijk panelen’ plaatsen automatisch extra opleverde door verkoop van overtollige stroom is voorbij. Voor effectieve besparing moet de installatie nu nauw aansluiten bij het geschat huishoudelijk jaarverbruik. Dit vraagt ook aandacht voor het slim kunnen opslaan van opgewekte stroom: batterijen zijn betaalbaarder geworden en kunnen stroom bewaren voor verbruik in de avond, wanneer de opbrengst van de panelen stilvalt, maar de stroomprijs hoog is.
De terugverdientijd van zonnepanelen hangt voortaan vooral samen met besparing op de eigen stroomrekening. Op dit moment is het directe financieel voordeel van eigen verbruik namelijk ruim tien keer hoger dan bij verkoop aan het net, omdat een kilowattuur stroom uit het net circa 19 tot 25 cent kost. Daarmee kunnen huishoudens, afhankelijk van regio, dakligging en installatiegrootte, jaarlijks enkele honderden euro’s besparen — mits veel opgewekte stroom direct of uit een batterij wordt geconsumeerd.
Subsidies voor nieuwe residentiële zonnestroominstallaties zijn nagenoeg afgeschaft. Uitzonderingen liggen bij lokale regelingen, die regionaal verschillen — een gemeente of departement kan nog aparte steun bieden, maar dit geldt niet landelijk. De nationale investeringspremie is in juni 2026 vervallen. Wel geldt sinds oktober 2025 een lager btw-tarief van 5,5 procent op levering en installatie door een erkende professional tot maximaal 9 kWc. Zelfbouwpakketten profiteren niet van die regeling, maar zijn de laatste jaren ook goedkoper geworden.
Photovoltaïsche zonnepanelen blijven uitgesloten van de nationale MaPrimeRénov’-subsidie, al zijn reguliere verbouwingsleningen (prêt travaux) mogelijk. Wie exacte regionale of lokale subsidiemogelijkheden zoekt, kan hierover informatie vinden bij het agentschap ADEME of het eigen gemeentehuis.
De impact van deze verandering kan variëren: wie vrijwel alle opgewekte stroom direct verbruikt of kan opslaan, profiteert het meest. Het financiële model waarin ruime opbrengst uit teruglevering centraal stond, geldt enkel nog voor bestaande contracten; bij nieuwe installaties in 2026 draait het om beperken van de eigen energiekosten. Wie overweegt zonnepanelen te plaatsen, moet vooral kijken naar de mate waarin het huishouden stroom direct of uit eigen opslag kan benutten. Voor zakelijke of industrieel grotere systemen zijn afzonderlijke regels mogelijk van toepassing, die aanvullend bekeken moeten worden.
Reacties ()
Log in om mee te doen aan het gesprek en een reactie achter te laten!