Waarom Fransen hun huis nooit helemaal af lijken te maken
Je kent het misschien wel: je loopt een Frans huis binnen en ziet een prachtig oud stenen gebouw met charme, karakter... en een paar onafgewerkte plinten. Of een muur die duidelijk nog eens geschilderd moet worden. “Dat komt nog wel,” zegt de eigenaar dan luchtig. Maar jaren later zit dat stukje muur er nog net zo bij. Hoe zit dat toch?
Een ander idee van ‘af’
In Nederland of België zien we een renovatie of verbouwing vaak als een project met een duidelijk begin én einde. De nieuwe keuken moet erin, het schilderwerk af, de badkamer klaar – liefst vóór de deadline. Een strak einde hoort erbij.
In Frankrijk is dat minder belangrijk. Veel Fransen – vooral op het platteland – hebben een veel praktischer houding: als het werkt, dan werkt het. Of het er ook helemaal strak uitziet, is bijzaak. Zolang de muur stevig is en de elektriciteit veilig, mag die muur gerust nog wat pleister missen.
Het is alsof ‘af’ in Frankrijk niet hetzelfde betekent als ‘af’ in Nederland of Vlaanderen. Daar waar wij het liefst werkende wifi, een gestuct plafond én plinten willen voor de verhuisdozen binnen zijn, nemen Fransen er jaren de tijd voor. Letterlijk.
De charme van het onaffe
Voor veel Fransen – vooral bij oude boerderijen of maisons de campagne – draagt het onaffe juist bij aan de charme. Een huis groeit met de tijd, zeggen ze dan. Je moet het niet in één keer willen forceren.
Een Franse kennis van mij vertelde eens: “Waarom zou ik nieuwe tegels plaatsen als de oude het nog doen? Ik wacht tot er écht iets stukgaat, en dan kijk ik verder.” In onze oren klinkt dat als uitstelgedrag. Voor hem is het gewoon logisch en economisch.
Tijd en geld: prioriteiten liggen anders
Een andere factor: geld. In Frankrijk liggen de prioriteiten vaak anders. Grote aankopen zoals een nieuwe auto of vakanties kunnen belangrijker zijn dan een vloer egaliseren of plafonds sausvrij maken. En veel Fransen doen klussen zelf, naast hun werk, dus een verbouwing is iets dat in weekends en over jaren gebeurt.
Daarnaast is er minder sociale druk. Nederland en België hebben een soort onzichtbare norm: een huis moet “keurig” zijn. Daar word je (onbewust) op aangekeken. In Frankrijk? Veel minder. Je kunt gewoon vrienden over de vloer hebben terwijl er nog wat elektrische draadjes uit de muur steken. Niemand die daar moeilijk over doet.
Vaklui zijn schaars (en traag)
Een praktisch verschil: in Frankrijk is het vaak lastig om goede vaklui te vinden. Zeker buiten de steden. Timmermannen of elektriciens hebben wachttijden van maanden, soms zelfs langer. En afspraken zijn... losjes. Dus zelfs als je wíl afronden, betekent dat nog niet dat het snel gaat. Dan laat je die plint maar even zitten tot je neef weer tijd heeft – volgend jaar misschien.
Ook de doe-het-zelf-markt is anders. Waar Nederland bol staat van de Praxis- en Karwei-types met kant-en-klare oplossingen, is het in Frankrijk vaak puzzelen met materiaal. Dat leidt vanzelf tot een andere mentaliteit: je laat dingen iets makkelijker liggen.
Als buitenlander: even schakelen
Voor Nederlanders en Vlamingen die een tweede huis in Frankrijk kopen is dit soms even slikken. Eerst lach je erom, maar tegen de tijd dat je zelf voor de derde maand zonder afzuigkap zit, begin je de Franse benadering beter te begrijpen. Of in elk geval: je leert ermee leven.
Meer nog: sommigen gaan het zelfs waarderen. De druk om alles