Leven zonder centrale verwarming: waarom kou in huis in Frankrijk geen schande is
Het is zo'n typisch Nederlands reflexmoment: je loopt een Frans huis binnen hartje winter, steekt automatisch je handen richting de radiator... en voelt niks. Of in elk geval: veel minder warmte dan je verwacht. De ruimte is vaak fris, soms ronduit koud. Niemand lijkt zich eraan te storen. Integendeel: je gastvrouw gooit een extra plaid over je schoot, schuift een kop warme thee naar voren en zet zelf haar wollen sloffen nog wat steviger aan. Hier is dit normaal.
Hoe kan het dat kou binnenshuis in Frankrijk vaak geen probleem is? Wat zegt dat over hoe comfort beleefd wordt — en wat leren wij daarvan?
Centrale verwarming is lang niet overal vanzelfsprekend
In veel Franse huizen, vooral op het platteland of in oudere steden, ontbreekt centrale verwarming volledig. Je vindt er alles van houtkachels en elektrische straalkacheltjes tot gevelkachels op gas of olie. En ja, sommige ruimtes worden gewoon niet verwarmd. De badkamer? Even doorbijten. De slaapkamer? Onder dekens kruipen die zwaarder wegen dan je zelf.
Dat is geen gevolg van armoede — al speelt geld soms natuurlijk mee — maar eerder van gewoonte én architectuur. Franse huizen zijn vaak massief gebouwd, gericht op het buitenhouden van hitte, niet per se op warmte vasthouden. En dat werkt prima... in de zomer. In de winter betekent het: dikke muren, hoge plafonds en tochtige deuren. Toch lijkt niemand ervan te schrikken.
Warmte is geen vanzelfsprekend recht — maar een seizoensgebonden luxe
In Nederland zien we het als normaal dat een huis in de winter overal behaaglijk is. Je verwarmt de gang, de wc, en soms zelfs de zolder uit gewoonte. Maar Fransen kijken anders naar comfort. Je verwarmt waar je bent. En zelfs dan niet de hele dag.
Een huiskamer is ‘s avonds warm, maar overdag als iedereen werkt is het er net zo koud als elders. Warme kleding hoort erbij: dikke truien, warme sokken en altijd pantoffels binnen. Je krijgt al snel door dat het in veel huishoudens werken is met de logica van lagen — in kleding én in dekens — niet met thermostaten.
Een Franse vriendin zei het ooit zo: “Met kou kun je iets doen. Met warmte kun je alleen maar klagen.” Die omdraaiing blijft me bij.
Elektrische kacheltjes en de kunst van gerichte warmte
Wat je veel ziet in Franse huizen is het gebruik van kleine, losse verwarmingstoestellen. Spotgoedkope kacheltjes, infraroodpanelen of ouderwetse olie-radiatoren. Niet als hoofdverwarming, maar als aanvulling. Ze worden gericht ingezet: op de werkplek, bij de bank, net naast dat ene koude stuk muur. Iedereen heeft zijn eigen vertrouwde trucjes.
En hoewel wij snel denken: „dat vreet toch stroom?!”, blijkt het vaak een stuk zuiniger dan een huis 24/7 op 20 graden houden. Je betaalt niet voor warmte waar niemand is. En je past je tempo aan het seizoen aan: iets rustiger, iets meer naar binnen gekeerd — letterlijk en figuurlijk.
Kou als cultureel gegeven, geen ongemak
Wat opvalt, is dat die soms frisse huizen geen klachten opleveren. Ook kinderen groeien ermee op. Ze leren vanzelf dat je binnen ook een trui aanhoudt. Logeer je ‘s winters bij Franse vrienden, dan is de kans groot dat je ‘s ochtends je adem ziet in de slaapkamer. Maar ook dat er een ontbijtje klaarstaat met warme koffie, en een extra kruik voor de volgende nacht.
Comfort is hier minder afgestemd op constante temperatuur, en meer op respons: wat kun je doen om het aangenaam te maken, met de middelen die er zijn? Soms is dat een fleece-dekentje. Soms een warme maaltijd. Soms gewoon accepteren dat gebouwen leven met het seizoen, net als mensen.
Wat wij gewend zijn, is ergens ook luxe
Je leert het verschil pas zien als je het meemaakt. Onze Nederlandse standaard van guur weer buiten en tropische warmte binnen, is geen universele norm. Fransen hebben een andere drempel voor kou, én een ander idee van wat ‘gezellig’ of ‘comfortabel’ is. Niet slechter, niet beter — gewoon anders. En vaak verrassend praktisch.
Misschien moeten we in plaats van automatisch 'de verwarming hoger' eens denken aan een lekkere trui. Of een beter gesprek bij een eenvoudig vuurtje.
Soms is comfort geen kwestie van meer, maar van anders.