Hoe Fransen ruzie maken zonder te schreeuwen
In Nederland weten we meestal wel waar we aan toe zijn. Als iemand boos is, krijg je dat vaak direct te horen. Soms met stemverheffing erbij. In Frankrijk ligt dat een stuk subtieler. Je kunt een heel gesprek voeren zonder een onvertogen woord te horen, en tóch precies voelen dat er spanning hangt.
Is dat beschaving? Vermijding? Of simpelweg een andere manier van communiceren?
De kunst van het ongemak
Ik was ooit getuige van een ongemakkelijk tafereel in een kleine boulangerie in de buurt van Avignon. Een klant had een opmerking over de versheid van de croissants. De boulangère glimlachte vriendelijk, antwoordde kalm — en sneed de woorden tóch zo, dat je wist: dit was een steek onder water. Geen geschreeuw, geen felle toon. Maar wel ijskoud. De klant murmelde iets terug, betaalde, en verliet de zaak met rechte rug.
Het is een typisch voorbeeld van hoe Fransen kunnen botsen zonder dat het zichtbaar ‘knalt’. De spanning zit in de toon, in de woordkeuze, in wat niet gezegd wordt.
Wat zegt de taal?
De Franse taal lijkt gebouwd op beleefdheid en omwegen. Zinnen beginnen vaak met "je me permets de", "il me semble que", of het fameuze "je dis ça, je dis rien" – een soort taalkundige rookgordijnen die een meningsverschil verpakken in een dun laagje formaliteit.
Waar een Nederlander misschien zou zeggen: “Ik vind dit niet kunnen,” komt een Fransman eerder met iets als:
“C’est un peu délicat, mais…”
Of het vermijdende:
“Je ne suis pas sûr que ce soit la meilleure idée…”
Wat op papier vriendelijk klinkt, kan in de context net zo scherp aanvoelen als een directe aanval. Maar dan met een glimlach.
Stiltes zijn ook woorden
In Frankrijk heb ik geleerd op te letten op wat niet gezegd wordt. Een stilte na een opmerking, een trager uitgesproken “bien sûr”, een optrekkende wenkbrauw bij “intéressant” — allemaal signalen dat er meer speelt dan het oppervlak laat zien.
Ik herinner me een diner waarbij iemand een iets te boude mening gaf over de opvoeding van andermans kinderen. Niemand reageerde fel. Maar de stilte die volgde, was oorverdovend. Onder tafel raakte iemand kort mijn knie aan: laat maar even. De spanning zakte pas na het toetje.
Cultuur als filter
De Franse omgang met onenigheid is geen zwakte of sluwheid, zoals sommige Hollanders misschien wel eens denken. Het is een andere logica. Conflicten in de openbaarheid gooien voelt ongemanierd. Je houdt de sfeer goed, ook als je het niet met elkaar eens bent.
In Nederland wordt eerlijkheid als een deugd gezien, zelfs als het schuurt. In Frankrijk is harmonie de deugd. Liever een elegant verhulde steek dan een onhandige rechttoe-rechtaan confrontatie. Je leert lezen tussen de regels, en dat maakt gesprekken soms inspannender — maar ook rijker.
Een Franse ruzie is soms net theater
Dat betekent niet dat Fransen nooit luid ruzie maken. Integendeel, er zijn stellen die op een terras een half uur lang theatrale verwijten over en weer slingeren, mét armgebaren. Maar zelfs dan hoor je een bepaalde beheersing in woordkeuze en zinsbouw. Bijna alsof het een scène is uit een toneelstuk. Emotie mag, maar stijl is verplicht.
Wat kun je ermee, als buitenlander?
Als je een tijdje in Frankrijk woont of er vaak komt, leer je er oog (en oor) voor te krijgen. Je merkt wanneer een “pas de souci” eigenlijk betekent: maak je wél zorgen. Wanneer iemand met een glimlach zegt: “on verra”, bedoelen ze vaak: dit gaat niet gebeuren.
Je hoeft de Franse subtiliteiten niet perfect te beheersen. Maar als je ze herkent, helpt het wel. Je ontdekt dat spanningen zelden frontaal worden uitgespeeld. En dat je goed moet luisteren — ook naar wat niet gezegd wordt.
Franse ruzies zijn zelden luid. Maar dat maakt ze niet minder intens.