'Pas trop mal': waarom de Fransen zelden iets gewoon goed of slecht vinden
Loop een willekeurig café binnen in Frankrijk, vraag iemand hoe het gaat, en de kans is groot dat je een van deze antwoorden krijgt: pas mal, pas trop mal, of misschien ça peut aller. Op het eerste gezicht lijkt dat een beetje... nietszeggend. Gaat het nou goed of niet? Waarom die omweg?
Alles in de nuance
Wat mij opviel toen ik hier net woonde, was hoe vaak Fransen met een halve glimlach zeggen dat iets "niet te slecht" was. Het eten? Pas trop mal! De film? Bof, ça peut aller. En bij het beantwoorden van de vraag hoe het gaat, klinkt zelden een enthousiast Très bien!—dat voelt bijna overdreven.
In het begin dacht ik dat ze gewoon niet erg tevreden waren. Een soort chronisch scepticisme. Maar hoe langer je in Frankrijk bent, hoe meer je aanvoelt dat dit helemaal niet negatief bedoeld is. Integendeel: het is een manier om niet uit de bocht te vliegen. Niet te klagen, maar ook niet te pronken. Ergens in het midden blijven. Tussen de regels door laten merken wat je bedoelt—als de ander tenminste goed oplet.
Een kwestie van beheersing
Er zit iets cultureels onder, en misschien zelfs iets historisch. In Frankrijk doet men graag aan zelfbeheersing, vooral op emotioneel vlak. Te enthousiast zijn kan al snel naïef of oppervlakkig overkomen. Iets volledig afkraken is grof. Dus ontstaat er een taalgebruik dat de boel afvlakt, verzacht, in de plooi houdt. Zo’n beetje tussen "ja" en "nee" in.
Een collega van me omschreef het mooi: "Als ik zeg dat iets pas mal is, bedoel ik niet alleen dat het oké was, maar ook dat ik er niet meer woorden aan wil besteden. Het was goed genoeg om niet te klagen, maar niet de moeite van een lofzang."
In het Nederlands zeggen we sneller waar het op staat. "Topfilm!", of juist: "Die service was echt slecht." In Frankrijk klinkt dat soms bot. Je loopt het risico wat onbehouwen over te komen. Dus: minder scherpte, meer grijstinten.
Geen onverschilligheid, juist aandacht
Wat ik zo interessant vind, is dat deze uitgesproken onuitgesprokenheid helemaal geen desinteresse is. Integendeel: juist de details doen ertoe. Waar wij een oordeel snel afvuren, nemen Fransen vaak de tijd om iets te nuanceren. Hoe was de wijn? Pas trop mal, un peu jeune peut-être. Hoe gaat het? Ça va, un peu fatigant en ce moment, mais rien de grave.
Het vertrouwen zit vaak in de subtekst. Wat iemand niet zegt, is soms nog belangrijker dan wat hij wél zegt. Dat vraagt om luisteren met meer dan je oren—je moet een beetje leren lezen tussen de regels.
En wat als je zegt dat het geweldig was?
Dat kan natuurlijk ook. Fransen zijn niet per definitie gereserveerd. Zeker onder vrienden of bij sterke emoties kunnen ze heel uitgesproken zijn. Maar in alledaagse situaties, zeker tegenover onbekenden, kiest men vaak voor onderdrukt enthousiasme. Een goede maaltijd wordt omschreven als correct, zelfs als de borden leeg teruggaan. Pure beleefdheid, of misschien een vorm van elegantie: laat je oordeel niet groter zijn dan het moment zelf.
Misschien is dat wel de kern van pas trop mal: het is een manier om aanwezig te zijn, zonder te overdrijven. Een manier om iets positiefs te zeggen, zonder te hoeven juichen. Een balans tussen beleefdheid en eerlijkheid. En zodra je dat doorhebt, voelt het ineens... best charmant.