Waarom Fransen in de winter hun oven opnieuw ontdekken – en wat er dan in gaat
In de zomer zie je ’m nauwelijks. De oven. Te warm, te veel gedoe, te weinig tijd. Beter een salade, een gegrild visje, of gewoon een bord tomaten uit de tuin. Maar zodra de herfstbladeren overgaan in kale takken, begint in Franse keukens iets te schuiven. De oven maakt zijn comeback. En niet zomaar: het is het startsein voor een ander ritme van eten – denken zelfs.
De geur van verwarmde tijd
Het begint vaak op een doordeweekse avond. Buiten vochtig, binnen kil, en dan toch de behoefte om langer in de keuken te blijven. Om te snijden, te schillen, te schikken. Een gratin dauphinois bijvoorbeeld: aardappelen in dunne plakjes, knoflook, room – misschien een beetje kaas, hoewel daar over getwist wordt. Uur in de oven, rustig garen terwijl de rest van het huis langzaam opwarmt.
Wat opvalt: de oven geeft structuur aan de avond. Alles draait ineens om dat moment waarop het gerecht klaar is. De kinderen weten wat er komt, de buren ruiken het als ze langslopen. Het eten is niet alleen warm in temperatuur, maar ook in betekenis.
Lokale klassiekers voor koude dagen
In de zuidelijke Drôme at ik eens een tourte de blettes – een hartige taart met snijbiet, ui, prei, en soms wat spek. De boerin bij wie ik logeerde had ‘m altijd pas in de winter op tafel. "De oven draait al voor de kastanjes," zei ze lachend. In de Elzas is het dan weer de baeckeoffe: langzaam gestoofd vlees met aardappelen en wijn, in een dikke aardewerken schaal. De traditie is dat het gerecht vroeg in de ochtend in de dorpsoven werd gezet, zodat men het ’s avonds warm kon ophalen.
Het ritme van die gerechten zit niet alleen in de bereidingstijd, maar ook in de tijd van het jaar. Ze vragen geduld, en wie tijd heeft deelt ’m vaak makkelijker met anderen. Wintermaaltijden uit de oven hebben bijna iets sociaals ingebouwd – een impliciete uitnodiging.
Samen eten, samen stoven
In de winter stellen Fransen hun boodschappenlijst subtiel bij. Zwaarder, ronder, meer crème fraîche. In veel huishoudens duikt ineens de gietijzeren cocotte weer op. Befaamde Franse merken als Le Creuset of Staub zijn geen hip accessoire, maar praktische erfstukken. De daube Provençale – stoofvlees met rode wijn, wortel, soms sinaasappelschil – blijft er eindeloos warm in. Niet toevallig ideaal voor een onverwacht bezoek, of om de volgende dag opnieuw te serveren.
En ja, natuurlijk is er een cultureel verschil met Nederland of België. Waar in Noord-Europa de winter al snel draait om lichtjes en stamppot, ligt in Frankrijk de focus meer op warmte die van binnenuit komt. Door smaak, maar ook door de tijd die je in de keuken en aan tafel steekt.
Meer dan comfortfood
Noem het gerust comfortfood, maar in Frankrijk is dat woord te klein. Een gerecht uit de oven is zelden zomaar eten. Het vertelt waar je bent. In Savoie is dat een gratin de crozets – kleine pasta-achtige blokjes met kaas en spek. In de Auvergne zie je tripoux in de oven verdwijnen, in Normandië duiken appels en camembert op tussen het aardewerk.
De oven is geen seizoensgadget, maar een teken dat het leven van tempo verandert. En in dat tragere tempo bloeien smaken op die je in juli niet mist, maar in januari niet kúnt missen.