Waar is het café gebleven?
In veel Franse dorpen is het café letterlijk het middelpunt van het leven. Niet alleen geografisch: vaak ligt het café tegenover het gemeentehuis of naast de kerk, alsof de drie samen het hart van het dorp vormen. Maar ook sociaal en cultureel. En toch verdwijnen ze, stuk voor stuk. Wat gebeurt er met een dorp als het café sluit? En waarom zijn ze zo moeilijk te behouden?
Meer dan een plek voor een drankje
In Nederland of België denken we bij een café misschien eerder aan een plek om uit te gaan — een borrel met vrienden, een trappist op vrijdag. In Frankrijk, zeker in kleine dorpen, is het café allang niet meer alleen een bar. Het is de plek waar de postbode zijn ronde pauzeert, waar handenarbeiders ’s ochtends een petit noir nemen, waar de burgemeester informeel bijpraat met bewoners, waar mensen elkaar nog ontmoeten zonder afspraak.
In sommige dorpen fungeert het café ook als tabac, bibliotheek of zelfs als dorpswinkel. Het is een kruispunt van levens. Als dat sluit, verdwijnt meer dan een biertap.
Een café is geen businessplan
Wat opvalt: zodra een café sluit, is het zelden een kwestie van enkel financiën. Ja, het aantal klanten liep misschien terug. Maar vaak zit er geen opvolger klaar. Een jong stel wil het overnemen, maar raakt verstrikt in vergunningen, eisen van de drankwet, of gewoon in de harde realiteit dat je zeven dagen per week klaar moet staan voor weinig geld.
Veel Franse dorpen zijn te klein om een rendabel café te dragen. Zeker als ook de school verdwenen is, de boulangerie al dichtging, en de vergrijzing toeslaat. Je kunt niet leven van de vaste klanten als die met gemak een hele week wegblijven — of zelf steeds ouder worden.
De stad is dichtbij, maar voelt ver
Een ander verschil met Nederland: in Frankrijk is de stad zelden ‘om de hoek’. Niet qua afstand, maar qua gevoel. In Nederland spring je op de fiets, tien minuten naar het centrum van een grotere plaats. In Frankrijk woon je in een dorp, werk je elders, en blijf je waar je woont vaak in je cocon — tenzij er iets is dat je uitnodigt naar buiten te komen. Zoals het café.
Het café hield de drempel laag. Je hoefde geen reden te hebben, geen afspraak, geen programma. Je kon even binnenlopen, een glas wijn bestellen, kijken wie er zat. Nu moet je je verplaatsen, plannen maken. En dat gebeurt minder. Een apéro thuis met vrienden is gezellig, maar het is geen ontmoeting met de rest van het dorp.
Als de stamtafel verdwijnt
Ik sprak een man van in de zeventig in het dorpje Saint-Roman, in de Drôme. Zijn vaste ritueel was: om acht uur 's ochtends naar het café, koffie drinken, krant erbij. Een praatje. Sinds de sluiting zit hij thuis. “Ik heb een goede vrouw, hoor,” lachte hij zacht, “maar ik mis het kijken naar mensen. Het onverwachte.”
In een ander dorp probeerde de gemeenschap zelf een café te openen, als coöperatief. Eerste jaren lukte dat. Vrijwilligers, subsidies, inzet. Maar na verloop van tijd ging het steeds vaker dicht ‘bij gebrek aan personeel’. Het is geen kwestie van willen, maar van kunnen volhouden. Zéker als mensen toch minder vaak komen dan gehoopt.
Meer dan nostalgie
Het verdwijnen van cafés in Franse dorpen is geen sentimenteel verhaal over het verleden vasthouden. Het raakt iets wezenlijks in de manier waarop dorpen functioneren. Waar mensen elkaar tegenkomen, hoe een gemeenschap zichzelf kent en herkent.
Een gesloten café is niet alleen een dicht rolluik, maar ook een stukje stil geworden dorpsplein. Eén ontmoeting minder op een doordeweekse ochtend. En als het café verdwijnt, wie of wat vult dan dat ritme op?