De aankoop van een mobil-home op een Franse camping lijkt op het eerste gezicht een aantrekkelijke optie: een eigen verblijf voor bedragen tussen de 30.000 en 70.000 euro, met de gedachte om via verhuur extra inkomsten te genereren. Toch blijkt uit recente sectorcijfers en ervaringen dat de praktijk vaak weerbarstiger is. De waarde van een nieuw mobil-home loopt het eerste jaar gemiddeld al ruim 30 procent terug, vergelijkbaar met de afschrijving van een auto.
Wie een mobil-home aanschaft, koopt geen grond: het blijft huren van een staanplaats verplicht, tegen jaarprijzen die uiteenlopen van 1.500 tot ruim 7.000 euro, afhankelijk van de camping en het niveau van de voorzieningen. Daarbovenop komen vaste kosten als water, elektriciteit en verzekeringen, die per locatie verschillen. Veel kopers gaan ervan uit dat ze met zo'n aankoop 'onroerend goed' bezitten, terwijl het juridisch niet wordt gezien als een tweede woning en niet dezelfde rechten kent.
Het doorverhuren van de mobil-home om zo de jaarlijkse kosten te dekken, klinkt logisch, maar het is lang niet altijd toegestaan: veel campingeigenaren verbieden onderverhuur in het interne reglement, en waar het wel mag zijn vaak bemiddelings- of beheerkosten verschuldigd. In de praktijk levert een mobil-home daarom zelden rendabel rendement; teleurstelling over het financiële resultaat komt regelmatig voor wanneer jaarlasten en waardedaling worden meegerekend. De exacte uitwerking verschilt per camping, vooral het recht op onderverhuur en bijkomende kosten lopen lokaal uiteen.
Volgens de Franse brancheorganisatie voor campingeigenaren zijn mobil-homes in de kern bedoeld als plezierige tijdelijke verblijfsplek, niet als belegging of alternatief voor vaste vaste woningen.
Reacties ()
Log in om mee te doen aan het gesprek en een reactie achter te laten!