Het verschil tussen Frankrijk en Nederland als het gaat om hoe kinderen opgroeien
Hoe verschillend kan het zijn, kinderen opvoeden net over de grens? Best veel, blijkt. Wie als Nederlandse of Belgische ouder met kinderen in Frankrijk woont, merkt al snel dat de Franse aanpak een wereld van verschil is. Van de lunch in de schoolkantine tot hoe kinderen zich gedragen aan tafel – het zit soms in de kleine dingen die in het dagelijks leven behoorlijk opvallen.
Een andere kijk op autonomie
Nederlandse en Belgische kinderen staan bekend om hun vrijheid. Ze mogen veel zelf beslissen, worden gestimuleerd om hun eigen mening te hebben, en krijgen de ruimte om kind te zijn. In Frankrijk ligt de nadruk eerder op gehoorzaamheid, respect en structuur.
Voorbeeld: In Nederland mag een kind van drie gerust kiezen of hij zijn broccoli opeet. In Frankrijk niet; daar eet je wat er op je bord ligt, zonder discussie. Niet als straf – maar omdat het onderdeel is van sociale opvoeding.
De rol van eten in de opvoeding
Eten is serieuze zaken in Frankrijk. Kinderen leren van jongs af aan netjes aan tafel zitten, meerdere gangen eten (zelfs op school!), en proeven van alles, ook als ze het niet lekker vinden.
Schoolkantine in Frankrijk vs broodtrommel in Nederland:
- In Frankrijk krijgen basisschoolkinderen een warme lunch met meerdere gangen geserveerd (voorafje, hoofdgerecht, kaas of toetje).
- In Nederland brengen kinderen zelf een boterham en stuk fruit mee.
Dit verschil zegt veel. In Frankrijk is eten een cultureel moment. In Nederland vooral functioneel.
Mannieren en aanspreekvormen
In Frankrijk zeggen kinderen “bonjour” en “au revoir” tegen volwassenen, ook als ze die nauwelijks kennen. U zeggen is nog steeds de norm bij volwassenen. Nederlandse kinderen zijn veel informeler: een juf wordt meestal met de voornaam aangesproken, en beleefdheid is minder geformaliseerd.
Franse kinderen leren al jong dat beleefdheid geen keuze is – het hoort gewoon. Nederlandse ouders kiezen er vaak bewust voor hun kinderen meer gelijkwaardig op te voeden, met minder nadruk op hiërarchie.
Minder kindgerichte voorzieningen
Als Nederlandse of Belgische ouder in Frankrijk valt het op: er zijn minder speeltuinen, minder kinderstoelen op terrasjes, en kinderen worden sneller geacht zich aan te passen aan de volwassen wereld, in plaats van andersom.
Dat betekent niet dat kinderen in Frankrijk niet welkom zijn, maar wel dat ze zich moeten ‘gedragen’ en minder ruimte krijgen om kind te zijn in publieke ruimtes.
Concreet voorbeeld: In Nederland zie je in een restaurant vaak een speelhoek of kleurplaten. In Frankrijk is dat de uitzondering. Franse ouders nemen eerder speelgoed van huis mee en verwachten dat hun kind zich rustig gedraagt.
Vrijheid vs structuur
De Franse aanpak is vaak gestructureerder: vaste bedtijden, duidelijke regels, formele omgangsvormen. In Nederland en België heerst juist veel vrijheid, ruimte voor onderhandeling, en geloven ouders soms zelfs dat een beetje chaos goed is.
Dat betekent niet dat het ene systeem beter is dan het andere. Maar wie verhuist met kinderen, zal merken dat deze culturele verschillen ook invloed hebben op het dagelijks gezinsleven.
Wat je als ouder merkt als je in Frankrijk woont
- Je gaat uitleggen waarom jouw kind geen foie gras eet op school, terwijl Franse kinderen dat normaal vinden.
- Je kind vraagt zich af waarom hij “vous” moet zeggen tegen de buurvrouw.
- Speelafspraakjes (playdates) zijn een stuk formeler geregeld en meestal ná schooltijd, zelden spontaan.
- Franse ouders zijn minder snel geneigd om de school te bekritiseren – autoriteit van de leraar staat hoog.
Voor wie hier komt wonen is dat soms even schakelen. Maar het leidt ook tot interessante gesprekken aan tafel.
En wat leren we ervan?
De Franse opvoeding legt veel nadruk op respect, structuur en culturele vorming. De Nederlandse en Belgische stijl focust juist op vrijheid, zelfstandigheid en expressie. Juist als je deze werelden combineert, krijg je soms het beste van beide.
Als ouder in Frankrijk is het niet nodig om de Franse aanpak klakkeloos over te nemen, maar het helpt om te begrijpen waar die vandaan komt. Kinderen passen zich vaak sneller aan dan ouders – en kunnen verrassend goed schakelen tussen de culturen.