Met ingang van juni 2026 zijn de Europese regels rond nieuwe genomische technieken (NGT) formeel versoepeld na een definitieve goedkeuring door het Europees Parlement. Het besluit werd genomen na een stemming in Straatsburg, waarbij alle amendementen die tot hernieuwde onderhandelingen hadden kunnen leiden, zijn verworpen.
Door deze wijziging kunnen planten waarvan het genoom is aangepast zonder toevoeging van vreemd DNA – dus geen klassieke "transgene" OGM – in bepaalde gevallen worden toegepast onder minder strenge voorwaarden dan voorheen. De maatregel geldt vooral voor gewassen waarbij slechts een beperkt aantal mutaties is aangebracht (NGT categorie 1), die nu als gelijkwaardig aan conventionele rassen worden beschouwd.
Vooral grote landbouworganisaties en zaadveredelaars steunen de nieuwe regels, onder meer vanwege concurrentiedruk uit de Verenigde Staten en China waar deze technieken al langer worden ingezet. Tegelijkertijd uitten biologische producenten en kleinere boeren hun zorgen over de risico’s van marktconcentratie en vervlakking van het landbouwaanbod.
In Frankrijk verwachten experts dat de introductie van NGT-gewasrassen merkbare invloed kan krijgen op de beschikbaarheid en prijs van zaden, en mogelijke veranderingen in het aanbod van landbouwproducten voor zowel producenten als consumenten. Dit kan praktische gevolgen hebben voor wie met landbouwgrond of lokale voedselketens in Frankrijk te maken heeft.
Het Europees agentschap voor voedselveiligheid (EFSA) achtte deze benadering verdedigbaar, terwijl de Franse gezondheidsautoriteit Anses recent heeft geadviseerd nieuwe NGT-planten per geval te beoordelen op gezondheids- en milieueffecten. Geheel uitgesloten blijven NGT-gewasrassen voor alle biologische landbouw en voor varianten die zelf insecticiden produceren of resistent zijn tegen bepaalde herbiciden, als voorwaarde voor duurzaamheid.
Op de kortere termijn verandert er weinig aan het dagelijkse aanbod; het zal nog enkele jaren duren voordat producten uit deze categorie op de Europese markt komen. De exacte uitwerking hangt mede af van vervolgstappen bij nationale implementatie en de uitwerking van toezicht en etikettering, aangezien gekozen is voor een beperking of afwezigheid van etikettering voor een deel van deze planten.
De Europese Raad en het Parlement zijn de formeel bevoegde instituties voor deze besluitvorming. De uiteindelijke regeling is terug te vinden in verordening 2026/1088 van de Europese Unie (bron, EUR-Lex).
Hoewel het Europese verbod op klassieke gentech-OGM’s grotendeels ongewijzigd blijft, markeert de wetgeving een aanzienlijke versoepeling voor moderne genome editing-technieken. De definitieve invoering volgt op jaren van discussie over innovatie, biodiversiteit en voedselzekerheid binnen de EU.
Reacties ()
Log in om mee te doen aan het gesprek en een reactie achter te laten!