https://kursuskerja.org/

Waarom Fransen zich massaal terugtrekken in hun ‘résidences secondaires’

Waarom Fransen zich massaal terugtrekken in hun ‘résidences secondaires’

4 min read
Waarom Fransen zich massaal terugtrekken in hun ‘résidences secondaires’

Waarom Fransen zich massaal terugtrekken in hun ‘résidences secondaires’

Het is een fenomeen waar je makkelijk overheen kijkt als je Frankrijk vooral kent van zomervakanties: overal zijn vakantiehuizen, maar verrassend vaak zijn ze van Fransen zelf. In plaats van elk jaar weer ergens anders heen te trekken, keren mensen keer op keer terug naar hetzelfde dorp, hetzelfde huis. Maar waarom eigenlijk? Waarom hechten Fransen zo aan een tweede huis?

Meer dan een vakantieadres

Voor veel Fransen is een ‘résidence secondaire’ geen luxe-item of statussymbool, maar een vanzelfsprekendheid. Iets dat je van je ouders erft, of waar je naartoe spaart zodra het kan. Het gaat minder om ontspanning in de klassieke zin, en meer om verankering: een plek waar je niet te gast bent, maar thuishoort.

Dit is geen moderne trend. De traditie gaat ver terug en is sterk geworteld in het idee van seizoensgebonden leven. Oorspronkelijk kwamen mensen uit de stad tijdens hete zomers ‘afkoelen’ op het platteland. Maar intussen is het uitgegroeid tot iets groters: een systematisch heen-en-weer tussen verschillende werelden, waarbij geen van beide wordt opgegeven.

Ritme en ruimte

In Parijs hoor je het soms op vrijdagen in de trein: mensen met tassen vol kaas, groente uit de markt, een krant erbij. Op naar hun huis in de Auvergne of de Sarthe. Niet per se vanwege de natuur (al helpt dat) maar omdat daar de tijd anders loopt. Het werkritme valt even stil, de zaterdagochtend heeft weer een functie, en de middag siësta komt terug in het repertoire.

Het is geen radicale reset, maar een zachte correctie. In plaats van het stadse leven te ontvluchten, kiezen ze voor afwisseling. De balans tussen ‘métro-boulot-dodo’ tijdens de week en hout hakken of tuinieren in het weekend is voor velen geen vlucht, maar een inrichting van het leven. Die twee kanten hebben allebei een functie.

Platteland als culturele ankerplek

In Nederland trekken we bij het woord ‘platteland’ vaak een wenkbrauw op. Voor Fransen is het iets anders. ‘La campagne’ is geen toeristische bestemming, maar een plek van afkomst. Zelfs als iemand al generaties in de stad woont, blijft er vaak een gevoelde band met een streek waar de grootouders woonden. De tweede woning is dan een manier om die band levend te houden.

In sommige streken zie je dat letterlijk terug in het landschap. In de Dordogne, de Bourgogne of de Tarn zie je dorpen waar in de week bijna niemand is, maar die in de vakanties opbloeien als alle Parijzenaars terugkomen. De huizen zijn niet opgekocht door buitenlanders, maar door de kinderen van vroeger. Er wordt opnieuw geverfd, lekkende daken worden gerepareerd – vaak met hulp van plaatselijke ambachtslui die de families al generaties kennen.

Niet zomaar een huis

Iedere streek heeft z'n geliefde type woning. Een ‘longère’ in Bretagne, een bastide in de Provence, een fermette in de Morvan – het zijn niet enkel bakstenen, maar dragers van herinneringen. En: van identiteit. De keuze voor een regio is vaak net zo cultureel als praktisch. Een familie uit Toulouse blijft ‘in de buurt’. Wie uit Lille komt, zoekt iets werkbaars in Normandië of de Ardennen.

Zeker bij erfstukken zie je dat het niet gaat om comfort. Er zijn vaak geen dubbele beglazing, de wc is buiten, en een oven moet soms nog met een lucifer aan. Maar dat deert niet. De charme is juist dat het niet aangepast is aan het stadsleven, maar dat jij je even aanpast aan het huis.

Collectief ritueel

Wat opvalt, is hoeveel mensen hierdoor een gedeeld ritme hebben. Tijdens de ‘ponts’ in mei, in augustus, en rond kerst zie je hele volksverhuizingen – niet naar het buitenland, maar ‘terug naar het dorp’. Er is een gevoel dat iedereen dit doet, ook al verschilt het per klasse of regio. Zelfs wie zelf geen tweede huis heeft, kent wel iemand met een ‘maison de famille’.

Het zegt iets over hoe Fransen naar tijd en ruimte kijken. Ze onderscheiden duidelijk tussen de plek waar je werkt en de plek waar je leeft – of herleeft, want het gaat vaak óók om herinneringen. Waar de Nederlandse tweede woning nog vaak een investering is, is de Franse tweede woning een brug naar vroeger én naar jezelf.

Misschien is dat het wel: de ‘résidence secondaire’ is geen tweede huis, maar een tweede leven. Eén dat je niet opzegt, maar meeneemt.

Share this article:

Related Posts