In het oosten van de Var, met name in en rond Fréjus, Puget-sur-Argens en Roquebrune-sur-Argens, zorgt een hardnekkige uitbraak van de schildluissoort Toumeyella parvicornis sinds kort voor ernstige aantasting van pijnbomen. De omvang van de plaag is daar de afgelopen maanden duidelijk toegenomen. Volgens de regionale landbouw- en bosautoriteit Draaf is Fréjus sinds vorig jaar officieel aangemerkt als getroffen locatie. Saint-Raphaël geldt nu als bufferzone waar besmette bomen zijn waargenomen; naar verwachting wordt deze gemeente tegen het eind van het jaar ook officieel als aangetast beschouwd.
Deze insectensoort, oorspronkelijk uit Noord-Amerika, werd in 2021 voor het eerst in Frankrijk vastgesteld bij Saint-Tropez. Sindsdien zijn besmette pijnbomen in een groot deel van de Var aangetroffen, en recent ook in Gordes (Vaucluse) en de omgeving van Grasse (Alpes-Maritimes). De snelle verspreiding is deels toe te schrijven aan natuurlijke factoren zoals wind, maar ook aan verplaatsing van besmet plantmateriaal.
De schildluis veroorzaakt ernstige schade aan met name parasol- en zeedennen door sappen te onttrekken en een zogenoemde fumagine (roetachtige laag) te vormen, wat de fotosynthese beperkt en leidt tot sterke verzwakking van de bomen. In internationaal zwaar getroffen gebieden varieerde de sterfte onder pijnbomen tussen de 50 en 90 procent, al ontbreken formele cijfers voor Frankrijk tot dusver. Deskundigen verwachten dat de situatie hier vergelijkbaar kan worden met die in delen van Italië waar al jaren schade optreedt.
Sinds 2022 geldt in Frankrijk een landelijke bestrijdingsplicht. Dat betekent dat aangetaste delen van besmette bomen moeten worden verwijderd of, indien nodig, de volledige boom moet worden gekapt en verwerkt binnen het besmettingsgebied. Ook mag houtafval het gebied niet verlaten. Behandeling en opruimwerkzaamheden zijn hierbij de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de boom. In de regio is een financiële discussie gaande over wie de kosten van grootschalige kap en herplanting draagt.
Experimenten met natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes en chrysopen worden uitgevoerd, maar het succes hiervan is nog niet overtuigend vastgesteld. Daarnaast is het gebruik van insecticiden gedurende beperkt toegestane periodes toegestaan, uitsluitend door gespecialiseerde professionals. Een van deze middelen, Quenza, mag tot 8 november 2026 onder voorwaarden worden toegepast; de effectiviteit hiervan is echter nog niet goed geëvalueerd in lokale omstandigheden.
Overheidsdiensten adviseren om vroegtijdige signalementen extra serieus te nemen; vroege detectie vergroot de kans op behoud van aangetaste bomen. De exacte ontwikkeling van de plaag en de slagkracht van de huidige bestrijdingsmaatregelen blijven komende maanden onderwerp van monitoring en nader onderzoek.
Reacties ()
Log in om mee te doen aan het gesprek en een reactie achter te laten!