Frankrijk ziet een scherpe toename van het risico op woning- en funderingsschade veroorzaakt door kleigrond, nu meer dan 12 miljoen woningen – ruim 60% van het totaal – zich in risicogebied bevinden. Vooral de recente combinatie van langdurige droogte en zware regenval zorgt voor meer schade dan in eerdere jaren.
Kleigrond krimpt bij droogte en zwelt bij regen, waardoor funderingen en muren onder druk komen te staan en scheuren ontstaan. Het Franse ministerie van Ecologie publiceerde recent een nieuwe risicokaart waaruit blijkt dat inmiddels 55% van het land een matig tot hoog risico loopt, een flinke stijging ten opzichte van 2020. Gemeenten zoals Bouniagues (Dordogne) zien nu al tientallen schadeclaims na de droge zomer.
Hoewel het fenomeen bekend is, leidt de versnelde klimaatschommeling tot meer schade. De herhaalde werking van uitdroging en verzadiging maakt dat één schadegeval snel verergert bij nieuwe droogtes. Eenmaal beschadigde huizen kunnen bij herhaling van extreme weersomstandigheden extra risico lopen, tenzij de oorzaak wordt aangepakt. Reparaties aan funderingen zijn vaak duur en kunnen de marktwaarde van woningen drastisch verminderen.
Vergoeding via de Franse ‘catastrophe naturelle’-regeling verloopt moeizaam. Alleen gemeenten die officieel als getroffen erkend worden, kunnen aanspraak maken op vergoeding. Van de bijna 2.000 aanvragen die in 2023 en 2024 werden ingediend, zijn er tot nu toe slechts 107 gehonoreerd. Zelfs dan moet per geval worden vastgesteld dat funderingsschade daadwerkelijk aan krimp en zwelling van klei (retait-gonflement des argiles, RGA) te wijten is. Soms wijzen verzekeraars claims alsnog af na inspectie of moeten huiseigenaren zelfs hun gelijk via de rechter proberen te halen – een proces dat jaren kan duren.
Een recente uitspraak van het hoogste Franse hof maakt duidelijk dat huiseigenaren eerst moeten aantonen dat zij 'gebruikelijke maatregelen' hebben genomen om schade te voorkomen voordat vergoeding mogelijk is. Wat hieronder verstaan wordt, blijft echter onduidelijk; landelijke richtlijnen ontbreken nog. Tegelijkertijd loopt er onderzoek naar preventiemethoden zoals het bewateren van grond rondom huizen bij extreme droogte.
Sinds vorig jaar kunnen woningeigenaren in elf pilot-departementen via een fonds tot €14.000 aan hulp krijgen voor preventieve werkzaamheden, afhankelijk van inkomen. De regeling is onlangs verruimd, maar het bereik is nog beperkt; slechts enkele tientallen aanspraken zijn toegekend.
Actiegroepen waarschuwen dat de huidige aanpak onvoldoende is en pleiten voor een nationaal fonds dat individuele schade los van gemeentelijke erkenning kan beoordelen. De belangen zijn groot: zonder doortastende maatregelen kan het aantal onverzekerbare of onverkoopbare woningen nog fors stijgen.
Wat betreft Nederlanders die in Frankrijk (een tweede) huis (willen) bezitten of laten bouwen: het risico op schade of waardeverlies is regionaal sterk wisselend en bij aankoop, verzekering of verbouwing van belang om direct te verifiëren in welk risicogebied de woning valt en of deze degelijk gefundeerd is. Onzeker blijft hoe snel beleidsaanpassing volgt en welke gebieden komende jaren daaraan toegevoegd worden. Vooralsnog blijft de situatie lokaal afhankelijk, terwijl experts en overheid inzetten op betere preventie en een logischere afhandeling van schadeclaims.
Reacties ()
Log in om mee te doen aan het gesprek en een reactie achter te laten!