De Franse federatie van onafhankelijke tankstations (FFC3) heeft op 16 juli 2026 officieel een klacht ingediend bij de Autorité de la concurrence tegen het prijsplafond dat TotalEnergies hanteert voor brandstof. Volgens de federatie vormt het prijsbeleid van TotalEnergies een oneerlijke concurrentiepraktijk, waarbij wordt gewezen op mogelijk misbruik van een dominante marktpositie. Het prijsplafond blijft sinds mei 2026 van kracht en geldt in circa een derde van de TotalEnergies-stations, voornamelijk in landelijke gebieden.
Belangrijke recente cijfers illustreren de impact voor de sector. Uit een enquête van de brancheorganisatie Mobilians blijkt dat kleine, onafhankelijke tankstations – die ongeveer een derde van de circa 10.000 Franse tankstations uitmaken – te maken hebben met een omzetverlies op brandstofverkoop van 15 tot 40%. Het gaat hierbij vooral om stations buiten de grote supermarktketens, waarvan 1.200 in handen zijn van TotalEnergies. Deze onafhankelijke stations kunnen niet op prijs concurreren met grote marktspelers, waardoor hun activiteiten in rap tempo teruglopen. De FF3C waarschuwt dat veel kleine stations dreigen te verdwijnen als gevolg van de huidige prijsstrategie.
Patrick Pouyanné, CEO van TotalEnergies, heeft half juni erkend dat het prijsplafond het bedrijf tot nu toe circa 200 miljoen euro aan gemiste inkomsten heeft gekost sinds het begin van de oorlog in Iran. Hij bevestigde daarbij dat de groep, dankzij haar geïntegreerde bedrijfsstructuur en goede financiële resultaten, in staat is het prijsplafond te financieren, ondanks dat de prijs aan de pomp "onder de kostprijs" ligt – een situatie die ongebruikelijk is binnen de oliesector.
Sinds medio juli 2026 zijn de brandstofprijzen in Frankrijk opnieuw aanzienlijk gestegen. Zo stond de gemiddelde prijs voor diesel op 27 juni nog op 1,90 €/L, terwijl deze per 17 juli alweer boven de 2 €/L is uitgekomen. Dit is een stijging van 8,5 centiemen in slechts een week tijd. De prijsstijging houdt direct verband met de hernieuwde militaire escalatie tussen de Verenigde Staten en Iran begin juli, waardoor de strategische Straat van Hormuz, essentieel voor de wereldwijde olie-export, vrijwel volledig is geblokkeerd. Tegelijkertijd is de prijs van een vat ruwe olie gestegen naar 85 dollar, mede door exportbeperkingen van Russisch gasolie en aanvallen op Russische raffinaderijen door Oekraïne. Dit alles leidt tot extra schaarste en onrust op de Europese brandstofmarkt.
Voor Franse automobilisten geldt dat het prijsplafond van TotalEnergies momenteel is geconcentreerd op 1.200 rurale stations en, tijdens de drukke vakantieweekenden van juli en augustus, ook op TotalEnergies-stations langs de snelwegen. Specifiek zijn de aankomende weekenden van 1-2 augustus, 15-16 augustus en 29-30 augustus benoemd als momenten waarop het prijsplafond van maximaal 1,99 €/L voor zowel benzine als diesel op de autosnelwegen van kracht is. Het advies aan automobilisten is om bij het plannen van tankbeurten rekening te houden met deze data, gezien de verwachte drukte en prijsschommelingen.
De klacht van FFC3 betreft specifiek het vermoeden dat TotalEnergies door haar geïntegreerde structuur – van olieproductie tot raffinage en distributie – in staat is aan de pomp onder de werkelijke kostprijs te verkopen, iets wat kleinere, onafhankelijke stations niet kunnen evenaren. Dit leidt volgens de federatie tot een verlies van inkomsten en een verminderde concurrentiepositie van kleine brandstofverkopers.
Met de formele indiening van de klacht start nu een toetsing door de Autorité de la concurrence. De mededingingsautoriteit bepaalt eerst of de zaak ontvankelijk is en kan daarna besluiten tot een uitgebreid onderzoek naar de marktpraktijken van TotalEnergies. Het verdere verloop en de duur van deze procedure zijn op dit moment nog onzeker.
Voor automobilisten en reizigers betekent de actuele stijging van brandstofprijzen een grotere financiële belasting. De voortzetting en aanpassing van het prijsplafond bieden slechts tijdelijke verlichting bij geselecteerde TotalEnergies-stations. Mochten de autoriteiten besluiten tot wijziging of verbod van het prijsbeleid, dan kunnen brandstofkosten en de spreiding van tankstations in vooral landelijke streken opnieuw veranderen.
Eerder werd al vastgesteld dat tijdelijke prijsmaatregelen van TotalEnergies marktverstoring veroorzaakten, maar het regime zelf blijft tot nader order ongewijzigd. De procedure rond de klacht bevindt zich in de beginfase en verdere besluiten worden niet eerder dan volgend jaar verwacht.
Reacties ()
Log in om mee te doen aan het gesprek en een reactie achter te laten!