Eigenaren van Frans onroerend goed die niet in Frankrijk wonen, blijven voorlopig ontsnappen aan de verhoging van de sociale heffing (prélèvements sociaux) die in 2026 is doorgevoerd. Waar inwoners van Frankrijk sinds deze zomer meer moeten afdragen bij de verkoop van bijvoorbeeld een tweede huis, blijft voor niet-residenten het oude, lagere tarief van 17,2% gelden. In de praktijk zorgt dit ervoor dat men bij verkoop minder afdraagt dan inwoners van Frankrijk, voor wie het tarief is opgelopen tot 18,6% op sociale lasten over de meerwaarde.
Deze situatie is nu formeel bevestigd in een bulletin van de Franse sociale zekerheid, waarin is vastgelegd dat de verhoging niet geldt voor niet-residenten. Belastingadviseurs gingen er eerder vanuit dat niet-residenten buiten de EU nu toch ook het hogere tarief zouden moeten betalen, maar deze lezing is teruggedraaid. Het verschil kan bij de verkoop van goed renderend vastgoed oplopen tot duizenden euro’s.
Het oude tarief geldt niet alleen voor EU-inwoners, maar ook voor mensen uit landen waarmee Frankrijk een wederzijds akkoord over belastingontwijking heeft, zoals het Verenigd Koninkrijk. Inwoners van Frankrijk blijven wél het volledige pakket aan sociale lasten en belastingen betalen, behalve bij verkoop van hun hoofdverblijf.
Niet-residenten die hun voormalige hoofdverblijf verkopen, kunnen onder voorwaarden geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld van sociale heffingen en belasting op de meerwaarde. Voor wie onlangs Nederland heeft verlaten en tijdig verkoopt, blijft deze uitzondering gelden. Onduidelijkheid bestaat er nog over de toepassing in sommige individuele gevallen, vooral bij verhuurde woningen of bij verhuizing naar landen zonder verdrag met Frankrijk.
Informatie over tarieven voor sociale lasten is te vinden in het officiële bulletin van de Franse sociale zekerheid.
Reacties ()
Log in om mee te doen aan het gesprek en een reactie achter te laten!