Bij verschillende stranden in Zuid-Finistère zijn recent opnieuw oliebesmeurde zeevogels aangetroffen. Analyse wijst uit dat het waarschijnlijk gaat om stookolie afkomstig van het wrak van de Erika, het schip dat in december 1999 zonk en destijds leidde tot een omvangrijke milieuramp voor de Bretonse kust.
Volgens het Centre de documentation, de recherche et d’expérimentation sur les pollutions accidentelles des eaux (Cedre) in Brest — de bevoegde Franse instantie voor waterverontreinigingen — vertoont de olie op de gevonden dieren grote overeenkomsten met het residu uit de Erika. Het Cedre baseert zich daarbij op technische analyse van het oliemonster, waarbij een unieke chemische samenstelling als 'vingerafdruk' is gebruikt.
De Erika vervoerde destijds 30.000 ton zware stookolie. Bij de bergingsoperatie destijds werd het gros van deze brandstof opgepompt, maar volgens deskundigen bleef er circa 5.000 ton achter in moeilijk bereikbare delen van het wrak. Deze 'impompables' zijn vastgestolde restanten die door zeebodemerosie of stormen alsnog kunnen ontsnappen.
De afgelopen weken is Bretagne getroffen door zware stormen, met windsnelheden tot 144 km/uur. De heersende westenwinden en oceaandynamiek worden door de betrokken experts genoemd als bepalende factoren voor het vrijlaten en verspreiden van achtergebleven olie.
Hoewel het pompen van het schip kort na de ramp is uitgevoerd, wordt bevestigd dat nooit alle olie kon worden verwijderd. Het fenomeen doet zich vaker voor bij oudere wrakken; zo zijn in Franse kustwateren duizenden scheepswrakken met vergelijkbare risico’s geregistreerd.
De maritieme prefectuur van de Atlantische kust bevestigt dat momenteel een "surveillance- en interventieplan" voor het Erika-wrak wordt onderzocht. De inzet van gespecialiseerde duikers of onderwaterrobotten wordt voorbereid, maar de precieze startdatum van deze operatie is volgens officiële verklaringen nog niet vastgesteld en de logistiek is complex.
Deze feiten zijn vastgesteld door officiële instanties. Vooralsnog is er procedurele onzekerheid rond verdere maatregelen en het tijdspad voor het inzetten van toezicht of technische interventies.
Uit eerdere berichtgeving blijkt dat het vrijkomen van olie uit het Erika-wrak al langer een latent risico vormde.
De huidige situatie wordt op de voet gevolgd door zowel regionale autoriteiten als nationale milieudiensten. Tot nieuwe updates verschijnen, geldt het hier beschreven stand van zaken als de meest actuele, officieel bevestigde situatie.