Per 13 september geldt in de Var een formeel jachtverbod van één jaar in de natuurgebieden die afgelopen zomer zijn getroffen door bosbranden. Het besluit is genomen door de prefectuur na overleg met de regionale en lokale faunacommissie en heeft direct gevolgen voor het gebruik van bossen, paden en terreinen in de getroffen zones. Lokale gebruikers en eigenaren merken dat het jaarlijkse jachtseizoen op deze plekken niet doorgaat, ongeacht eerdere verwachtingen of afspraken, mede om jonge dieren en vogelsoorten de kans te geven zich te herstellen.
Uitzondering op dit verbod geldt voor de gezamenlijke jacht op wilde zwijnen (battue), omdat dit dier volgens de autoriteiten aanzienlijke schade blijft toebrengen aan landbouwgewassen, met name bij randen van de getroffen natuurgebieden. In het kader van de geplande wildbeheermaatregelen voor 2026-2027 kunnen ook reeën (chevreuil) tijdens deze battues worden gereguleerd.
Omdat het om een officieel prefecturaal besluit gaat, geldt het verbod ongeacht individuele of particuliere afspraken ter plaatse. De precieze gebieden waar het verbod geldt zijn per geval vastgesteld en bewegwijzerd. Buiten deze zones blijft de jacht verlopen volgens het gebruikelijke rooster en lokale verordeningen.
Opmerkelijk aan dit besluit is dat vergelijkbare verboden na bosbranden eerder zijn ingevoerd, bijvoorbeeld bij het grote vuur bij Gonfaron. Of het huidige verbod langer dan een jaar zal duren, hangt af van de herstelsituatie. De prefectuur sluit niet uit dat het jachtverbod wordt verlengd als het herstel van de fauna nog onvoldoende is.
Nieuwe situatie in Cotignac na de grote brand van het Gros-Bessillon
De impact van de langdurige bosbrand is vooral groot in en rond Cotignac. Volgens de prefectuur zijn in deze gemeente 28 woningen verwoest, waarmee Cotignac het zwaarst is getroffen van alle plaatsen in de Var. Het dorp zelf is, aldus de burgemeester, weliswaar volledig gespaard gebleven, maar aan de westkant is het bos grotendeels zwartgeblakerd. Bewoners zijn sinds de brand druk bezig met herstel en aanpassingen om hun huizen in de toekomst beter te beschermen. Zo wordt door de gemeente nu overwogen om de bestaande verplichting tot debroussailleren (snoeien en vrijhouden van vegetatie) uit te breiden van 50 meter naar 100 meter rondom huizen in risicogebieden. Dit kan grote gevolgen hebben voor landeigenaren en bewoners: zelfs als het aangrenzende perceel niet hun eigendom is, kan de onderhoudsplicht toch gelden.
Praktisch zijn omwonenden in onderlinge samenwerking overgegaan tot nieuwe maatregelen: er is gezamenlijk geïnvesteerd in motopompen (kosten circa €600 per stuk) waarmee het mogelijk wordt om bij calamiteiten via de eigen zwembadvoorraad tot 50 meter aan dikke brandslangen van water te voorzien, zelfs als de elektriciteit uitvalt. Dit met het oog op effectieve bescherming van hun huizen tegen nieuwe branden. Ook wordt in wijken met smalle weggetjes actief bij de gemeente aangedrongen op de aanleg van ontsluitingsroutes voor noodhulp, omdat brandweerwagens sommige smalle straten niet kunnen bereiken ondanks de aanwezigheid van brandkranen.
Aanvullende maatregelen, zoals het voeden of verzorgen van dieren in verbrande gebieden, hangen af van initiatieven van wildbeheer, vrijwilligers en lokale overheden. Praktische impact of lokale verschillen zijn mogelijk afhankelijk van ligging en bereikbaarheid van de getroffen terreinen.
Reacties ()
Log in om mee te doen aan het gesprek en een reactie achter te laten!