De stille glimlach van Franse woordspelingen
Je hoeft het Frans niet perfect te spreken om te merken dat de Fransen een zwak hebben voor subtiele woordgrapjes. Maar pas als je langer in het land rondloopt, valt het patroon op: een misprijzende blik wordt plotseling gevolgd door een halve grijns, iemand tikt zijn buurman aan in het café als er een ‘jeu de mot’ landt, en zelfs in de supermarkt duiken ze op, verstopt tussen de schappen.
Meer dan taalacrobatiek
Het idee dat woordspelingen voorbehouden zijn aan literaire kringen klopt niet. In Frankrijk zitten ze verrassend vaak in gesprekjes die ogenschijnlijk nergens over gaan. Soms fonetisch – een naam die net als een ander woord klinkt – soms zit het verstopte laagje in de betekenis.
Neem het woord ‘pain’ (brood). In een boulangerie in Bretagne grapte de bakker: “Ici, pas de pain sans fin.” Op het eerste gehoor klinkt het als ‘geen brood zonder einde’, maar met een knipoog bedoelt hij ook ‘geen pijn zonder einde’ (‘peine’). Dubbelzinnigheid, snel uitgesproken. De vaste klanten glimlachen alsof er een geheime code is uitgewisseld.
Woordspelingen als sociaal kapitaal
In Nederland zal een woordgrap vaker als flauw worden weggewuifd, maar in Frankrijk gebeurt er iets anders. Een geslaagde jeu de mot laat even zien: ik beheers de taal, ik snap de nuance. Dat hoeft niet groots – het gebeurt net zo goed bij het kopen van kaas op een markt of als kinderen naar een stripverhaal wijzen waar Asterix een Romeinse soldaat op de hak neemt.
Pas op, niet alle woordspelingen werken overal. In de Jura hoorde ik een ouderwetse ‘fromage bleu’ grap – ‘il a un bleu à l’âme’ (letterlijk: een blauwe plek op zijn ziel, maar ook een verwijzing naar blauwe schimmelkaas) – die in Marseille niemand snapt, gewoon omdat het uit een andere streek komt. Sommige zijn zo regionaal dat je als buitenstaander denkt dat je een stuk van de puzzel mist.
Tussen dorpscafé en reclame
De grote merken spelen er ook op in, al is dat vaak iets minder vindingrijk. ‘Si vous n’aimez pas l’eau, buvez Perrier’ is een oudje, waarbij l’eau (water) en l’ode (de geur) worden gebruikt, afhankelijk van het accent van de spreker. In reclame wordt het sporten met klanken soms wat geforceerd, maar het blijft herkenbaar Frans: eerst hoor je de speling, dan krijg je pas het product in beeld.
De mooiste woordspelingen hoor ik juist onderling, op het terras, als iemand terloops zegt: “Il pleut des cordes, c’est le cas de le dire.” Het regent touwtjes – dat zeggen ze echt – en niemand lacht hardop, maar er is wel een collectief genoegen. Alsof iedereen stiekem blij is dat het taalspelletje weer is gespeeld.
Wat zegt het over de Fransen?
Ik denk dat het iets verraadt over de Franse manier van praten: graag dubbelzinnig, zelden direct, precies scherp genoeg om te verrassen maar niet om hard te lachen. Woordspelingen zijn een manier om jezelf, en de ander, even te laten zien dat je erbij hoort, zonder je uitbundig te hoeven bewijzen. Misschien is dat de kern: geen hard gelach, wel samen gniffelen.
Reacties ()
Log in om mee te doen aan het gesprek en een reactie achter te laten!