Bestrijding van vossen en kraaien kost Frankrijk honderden miljoenen, zonder aantoonbaar effect

Frankrijk besteedt jaarlijks honderd miljoenen euro’s aan het doden van vossen en kraaiachtigen, maar dit vermindert schade en overlast nauwelijks.

2 min lezen
Bestrijding van vossen en kraaien kost Frankrijk honderden miljoenen, zonder aantoonbaar effect

Uit recente berekeningen van het Muséum national d’histoire naturelle blijkt dat Frankrijk jaarlijks tussen de 103 en 123 miljoen euro uitgeeft aan het massaal doden van dieren als vossen, marters en kraaiachtigen. Dit gebeurt om economische schade en mogelijke gezondheidsrisico’s te verminderen, maar het eigenlijke bedrag aan schade die aan deze diersoorten wordt toegeschreven ligt veel lager, tussen de acht en 23 miljoen euro per jaar.

Door openbare gegevens uit de periode 2015-2022 te analyseren, constateerden onderzoekers dat intensievere bestrijding van deze dieren niet leidt tot minder schade. Sterker nog: wanneer de bestrijding stopt, nemen de gemelde schades niet toe. In de praktijk zetten boeren en terreinbeheerders vaak in op het doden van soorten omdat zij gezien worden als veroorzaker van schade aan landbouwgewassen of kleindieren. Denk bijvoorbeeld aan de reguliere vangst van marters tijdens het broedseizoen of aan lokale organisaties die het schieten van vossen coördineren in de hoop op minder overlast.

Volgens de studie is het beleid – waarbij bepaalde soorten ‘ESOD’ (espèces susceptibles d’occasionner des dégâts) verklaard zijn – niet kosten­effectief en leidt het niet tot een meetbare afname van populaties die daadwerkelijk schade veroorzaken. Opvallend is dat zelfs bij vaste soorten op de ESOD-lijst, waaronder de wezel, steenmarter, ekster en roek, het aantal broedvogels niet structureel afneemt. Ook onderzocht men eerder de rood vos en trof men hetzelfde patroon aan.

Wettelijk gezien geldt in 2026 dat soorten als de martre sinds mei 2025 van de lijst zijn gehaald, na tussenkomst van de Conseil d’État. Wel verschilt de toepassing van bestrijdingsmaatregelen in de praktijk, afhankelijk van lokale voorkeur en klachten. Regionale verschillen blijven daar dus bestaan. Voor bewoners zien de dagelijkse gevolgen er vooral uit als seizoensgebonden vangacties en subsidies voor schadecompensatie, maar grootschalige resultaten blijven uit. Daarmee komt steeds vaker ter discussie te staan in hoeverre zulke diersoorten werkelijk schadelijk zijn, of vooral als zondebok functioneren voor schades waarvan de herkomst lokaal varieert.

De meest recente, formele lijst van soorten ‘susceptibles d’occasionner des dégâts’ staat vermeld in het ministerieel besluit van 4 augustus 2023. De huidige, vastgestelde situatie is dat bestrijding van deze soorten veel minder effect oplevert dan jarenlang werd aangenomen.

Deel dit artikel:

Reacties ()

Log in om mee te doen aan het gesprek en een reactie achter te laten!

Gerelateerde artikelen